Gosse Bouma over zijn recent verschenen tweede boek, zijn intuïtieve manier van werken én de nieuwe Sigma 20-60mm F2.8-4 DG | Contemporary
“Als je naar mijn beelden kijkt en denkt: dit soort foto’s wil ik ook maken, dan is dit dé lens”
Fotograaf Gosse Bouma laat zich niet makkelijk in een hokje plaatsen. Straatfotograaf? Zeker niet in de klassieke betekenis. Natuurfotograaf? Ook niet echt. Zelf omschrijft hij zich weleens als een natuurfotograaf in een stedelijke omgeving. Maar veel belangrijker dan het genre zijn natuurlijk zijn prachtige beelden én dat wat hem naar buiten trekt: sfeer, bijzonder licht, stilte… Momenten die de wereld voor even veranderen. We spreken Gosse over zijn fotografie, zijn recent verschenen tweede boek, A New Light on the Netherlands, zijn intuïtieve manier van werken én de nieuwe Sigma 20-60mm F2.8-4 DG | Contemporary.
Wie het werk van Gosse Bouma bekijkt, ziet al snel een rode draad. Mist die tussen gebouwen hangt. Een eenzame figuur in een verder lege straat. Vogels, bomen en water die zich mengen met de stad. Licht dat van een alledaagse omgeving plotseling iets geheimzinnigs maakt.
Maar vraag Gosse welk soort fotograaf hij is en het antwoord blijkt minder eenvoudig. “Ik heb daar best lang moeite mee gehad. Je moet jezelf voor onder andere fotowedstrijden vaak in een bepaalde categorie plaatsen. Maar ik ben geen klassieke natuurfotograaf en ook geen klassieke straatfotograaf.” Tijdens het maken van zijn eerste boek, A New Light on Amsterdam, viel uiteindelijk een omschrijving op zijn plaats: een natuurfotograaf in een stedelijke setting. In zijn stadsbeelden spelen natuurlijke elementen namelijk vrijwel altijd een belangrijke rol. Vogels en andere dieren duiken op, maar belangrijker nog zijn de omstandigheden. Het weer. Het licht. Dé mist. En juist daar ligt de essentie van zijn fotografie.
De stad als vertrekpunt
Gosse begon zijn creatieve loopbaan niet als fotograaf, maar als videograaf. Hij maakte onder meer video's voor stichtingen en kleinere ondernemingen. Fotografie kwam later. Omdat hij er aanvankelijk geen opdrachten voor had en geen geld wilde uitgeven aan studio's en modellen, keek hij simpelweg naar wat er al om hem heen was. Dat was Amsterdam. “Ik was toen ik daar ging wonen enorm geïntrigeerd door de stad. Ik vind Amsterdam nog steeds de mooiste stad van de wereld. Als ik heel laat uit de kroeg kwam of juist heel vroeg een afspraak had, zag ik de stad op een bepaalde manier: heel leeg, heel stil. Dat vond ik ontzettend bijzonder.” Dus begon hij die momenten vast te leggen.
En toen kwam die ene mistige ochtend. “Wat ik toen zag en voelde, had ik nog nooit meegemaakt. Er werd een bepaalde energie en honger aangewakkerd die nooit meer is verdwenen.” Wie Gosse volgt, weet wat dat impliceert. Als de weersverwachting mist voorspelt, begint het te kriebelen. Vier uur 's ochtends opstaan is dan geen opgave. Zijn vrouw en twee jonge dochters weten inmiddels ook wat dat betekent. Als de omstandigheden goed zijn, is papa weg.
Weten waar je gaat fotograferen, niet wat
Voor iemand wiens beelden soms bijna zorgvuldig geënsceneerd lijken, werkt Gosse opvallend intuïtief. “Ik weet waar ik ga fotograferen, maar ik weet niet wat ik ga fotograferen.” Hij kan besluiten naar de Amsterdamse Nieuwmarkt te gaan, zijn auto ergens neerzetten en vervolgens simpelweg gaan lopen. Is er geen mist in het centrum, dan wijkt hij misschien uit naar de randen van de stad, richting de Amstel of een groener gebied. Er ligt zelden een nauwkeurig plan.
Dat betekent ook dat hij niet per se op zoek gaat naar de bekende fotoplekken. Sterker nog: als iedereen naar rechts gaat, heeft Gosse de neiging linksaf te slaan. Een spectaculaire locatie is voor hem niet automatisch de beste plek om een goede foto te maken. Soms gebeurt er in een onopvallend achterafstraatje iets veel interessanters. “Het maakt mij niet uit of het een achterafstraatje is en niet de Dam. Vaak zijn de mooiste plekken al ontzettend veel gefotografeerd.”
Voor zijn onlangs verschenen tweede boek moest hij die vrije manier van werken soms noodgedwongen loslaten. Hij reisde door Nederland en kwam daardoor geregeld op plekken die hij veel minder goed kende. Dat bleek aanvankelijk lastig, maar uiteindelijk ook leerzaam. Niet iedere locatie bood de omstandigheden waarop hij had gehoopt. “Ik moest soms denken: ik moet het nu gewoon doen met wat er is. En heel vaak was dat hartstikke mooi. Het heeft me regelmatig verrast.”
A New Light on the Netherlands
Na A New Light on Amsterdam verlegde Gosse voor zijn tweede boek letterlijk zijn horizon. A New Light on the Netherlands voert de kijker buiten Amsterdam en laat Nederland zien door zijn ogen. Dat betekent niet dat Gosse de bekende iconen van Nederland systematisch is gaan afvinken. Zijn fotografie blijft draaien om het bijzondere moment. Om alleen ergens staan en iets aantreffen wat niet vooraf te regisseren valt.
Zelf hoopt hij dat juist dat in het boek zichtbaar wordt. “Het zijn eigenlijk allemaal momenten geweest waarop ik ergens echt alleen stond. Misschien was het niet de mooiste plek van die stad of dat stukje natuur, maar wel een plek waar ik een foto kon maken die niet heel veel andere mensen hebben.”
Techniek mag niet in de weg zitten
Gosse noemt zichzelf autodidact en zegt met enige zelfspot dat hij “eigenlijk altijd maar wat doet”. Dat moet niet worden verward met niet weten wat hij doet. Het betekent vooral dat techniek ondergeschikt is geraakt aan intuïtie. “Als ik te veel ga nadenken over al die techniek, dan verzand ik. Dat wil ik helemaal niet.”
Vrijwel alles fotografeert hij uit de hand. Zijn statief? Dat ligt ergens achter in de auto. Hij maakt geen belichtingstrappen, geen focus stacks en bouwt zijn foto's niet op uit verschillende opnamen. Een foto van Gosse is in principe één opname. Daar hoort ook bij dat een beeld technisch niet brandschoon hoeft te zijn. ISO 1600? Geen probleem. Een beetje korrel? Evenmin. “Sfeer vind ik veel belangrijker dan technische perfectie.”
Het verklaart veel wanneer je zijn foto's bekijkt. Ze voelen niet klinisch. Ze laten ruimte over voor verbeelding. Niet alles hoeft uitgesproken of verklaard te worden. Gosse heeft zelfs moeite met het idee van het ‘perfecte beeld’. Hij vertelt openlijk dat hij soms worstelt met onzekerheid. Zelf zal hij zijn foto's daarom niet snel perfect noemen. “Voor mij zijn het momenten die ik heb mogen vastleggen.”
Een zoomlensgast
Die behoefte aan vrijheid verklaart ook waarom Gosse vrijwel altijd met zoomobjectieven werkt. “Ik ben echt een zoomlensgast.” Niet omdat een prime minder goed zou zijn, maar omdat een zoom beter aansluit bij de manier waarop hij kijkt en beweegt. Op straat kan een silhouet ineens verschijnen, kan het licht plotseling veranderen of ontstaat er gedurende enkele seconden een compositie. Dan wil hij niet eerst van objectief wisselen. “Met een zoomlens kan ik vanaf één punt meerdere composities maken en meer gevoel in het beeld leggen. Op straat ben je afhankelijk van een moment. Dan wil ik gewoon snel kunnen zoomen.”
Zijn vertrouwde 24-70mm F2.8 zit naar eigen zeggen bijna vastgeroest op zijn camera. Juist daarom was het interessant om hem op pad te sturen met een objectief dat dat vertrouwde bereik nét anders benadert: de nieuwe Sigma 20-60mm F2.8-4 DG | Contemporary.
Vier millimeter die verschil maken
Op papier lijkt het verschil tussen 20 en 24 millimeter misschien klein. In de praktijk merkte Gosse onmiddellijk dat die extra groothoek hem anders liet kijken. “Die 20 millimeter geeft me creatieve ruimte die ik met 24 niet heb. Als je bijvoorbeeld een dramatische lucht hebt en je trekt hem helemaal naar 20mm, dan krijg je toch weer een bijzonder beeld.”
En dat is interessant voor iemand die uit gewoonte vaak aan de andere kant van zijn zoomobjectief terechtkomt. Gosse fotografeert veel rond 60 of 70 millimeter. Tijdens zijn eerste rondjes met de 20-60mm betrapte hij zichzelf erop dat hij juist bewust naar 20mm ging. “Dat vond ik heel interessant. Het biedt net een ander perspectief dan mijn 24-70mm.”
Ook het compacte formaat past bij zijn manier van fotograferen. Wie uren door een stad loopt met een camera om zijn nek, merkt iedere gram. “Hoe lichter, hoe beter. Dat is fijner voor mijn schouders en mijn rug. Deze lens is heel licht en klein. Dat is enorm prettig in de tas en om je nek.”
En de beeldkwaliteit? Daar hoeft Gosse niet lang over na te denken. “Het is gewoon wat je van Sigma kunt verwachten: een hele goede en ragscherpe beeldkwaliteit.”
Toch zit de belangrijkste kwaliteit voor hem ergens anders. Het bereik past simpelweg bij de manier waarop hij fotografeert. Voor fotografen die zich herkennen in zijn werk ziet hij de Sigma 20-60mm F2.8-4 DG | Contemporary dan ook als een objectief waarmee je voor heel veel situaties uit de voeten kunt. “Als je naar mijn beelden kijkt en denkt: dit soort foto’s wil ik ook maken, dan is dit dé lens. Meer heb je eigenlijk niet nodig.”
Over
gosse bouma
Fotograaf
Gosse streeft ernaar om met zijn werk een gevoel van rust te bieden. In een wereld die voortdurend in beweging is en waarin de drukte nooit lijkt te stoppen, probeert hij beelden te creëren die een moment van verstilling brengen, hoe vluchtig dat moment soms ook is. Elke foto die hij maakt, ontstaat vanuit de intentie om te midden van de hectiek van het dagelijks leven een gevoel van sereniteit op te roepen.








